Wind, weer en getijden

Foto: Matthias Wendt / www.media-army.de
Foto: Matthias Wendt / www.media-army.de

Als sportvisser word je meestal rechtstreeks aan de invloeden van het weer blootgesteld. Daar moet je je in alle gevallen op instellen. Dit begint met de keuze van de juiste kleding en strekt zich uit tot het juiste gedrag, vooral bij slechte weersomstandigheden of wanneer je op het water verblijft.

Een bekende eigenschap van het weer in Noorwegen is dat het snel kan veranderen. De belangrijkste reden hiervan is dat er vaak koele winden van het vasteland of uit de bergen de warmere zeelucht treffen. Vooral aan de kust en in de fjorden kunnen deze luchtmassa’s in een korte tijd onaangename windstoten en neerslagfasen veroorzaken. Vooral bootvissers moeten daarom minstens een keer per dag informeren naar de huidige en verwachte weersverwachting en op het water altijd oplettend zijn voor de ontwikkeling van het weer en reageren als dat nodig is.

Windsnelheden

De wind speelt met name bij het vissen op zee en in fjorden een belangrijke rol. Het beïnvloedt zowel de driftsnelheid van de boot of viskotter alsook de golfhoogte. Natuurlijk moet ook altijd opgelet worden uit welke richting de wind komt. Wind naar het vaste land heeft altijd een sterkere invloed op het water of de golfhoogte, als dat het geval is bij wind vanaf het vaste land.
In Duitsland en Nederland worden windsnelheden voornamelijk in ‘Beaufort’ aangegeven. In Noorwegen is dat anders en gebruiken de instanties meestal de aanduiding ‘meter per seconde’.

Eb en vloed

Onder de getijden of eb en vloed wordt verstaan de getijdenkrachten van de periodieke waterbewegingen van de oceanen. Perioden tussen getijde hoogwater en getijde laagwater worden als eb (aflopend water) omschreven, de periode tussen laagwater en hoogwater als vloed (opkomend water).
Voor de visserij aan de kust en in de fjorden van Noorwegen zijn de getijden van groot belang. Vuistregel: De beste vistijd begint meestal ongeveer drie tot vier uur voor hoogwater en eindigt ongeveer een tot twee uur na de hoogste waterstand. In deze vier tot zes uur lange periode zijn de zeevissen bijzonder actief, in de overige tijd is het meestal veel rustiger.

Hoe eb en vloed ontstaan

De getijdenkrachten worden op de aarde veroorzaakt door de zwaartekracht (aantrekkingskracht) tussen de aarde en de maan en de aarde en de zon.

De aarde is ook vergeleken met de maanafstand en de veel grotere afstand tot de zon groot genoeg dat de aantrekkingskracht van de zon en de maan niet op alle punten hetzelfde zijn. Hierdoor ontstaan dus de getijdenkrachten. Alhoewel de zon veel verder van de aarde weg staat dan de maan, veroorzaakt ze toch getijdenkrachten, die bijna de helft zo groot zijn als die afkomstig zijn van de maan. Oorzaak is in vergelijking met de maan, de veel grotere massa. De getijdenkrachten veranderen op verschillende plaatsen van het aardoppervlak vanwege de draaiing van de aarde en laten de zeespiegel periodiek stijgen en dalen.

De bijvoorbeeld door de maan veroorzaakte stijging is slechts 30 centimeter, de daaraan verbonden waterstromingen resulteren echter langs de zeekust een opkomst en neergang van het waterpeil in de orde van grote van meters. Op sommige plekken, met bijpassende uitvoeringen van de kust- en zeebodem, kunnen zo zeer grote getijdenverschillen ontstaan.