Zeewolf

Foto: Matthias Wendt / www.media-army.de
Foto: Matthias Wendt / www.media-army.de

Latijnse naam: Anarhichas lupus
In het Noors: Gråsteinbit, Steinbit

Leefgebied: De zeewolf is te vinden langs de gehele Noorse kust en in de meeste fjorden. De vis verschijnt niet in grote aantallen, maar vroeg of laat zal elke zeevisser, die zijn geluk in Noorwegen probeert, een van deze grimmige vissen aan de haak slaan. Nu wordt ook duidelijk waar deze vis zijn naam van ’steenbijter‘ aan ontleent. De zeewolf heeft een sterke, afschrikwekkende bek met tal van grote tanden waarvoor je goed op moet passen. Hiermee vermalen ze hun voedsel, dat voornamelijk bestaat uit zee-egels, mosselen en krabben. Zeewolven zijn geen jagers, maar verzamelaars. Het is vermeldenswaardig dat deze tanden voor het broedseizoen uitvallen en daarna worden vervangen door nieuwe.
Vooral de grotere zeewolven leven meestal als een eenling en bij voorkeur in steenachtige en rotsachtige gebieden. Je vindt de vis zowel op een diepte van 10 tot 20 meter maar ook in veel dieper water tot wel 500 meter aan toe.
Naast de gestreepte zeewolf komt in Noorwegen ook nog de gevlekte zeewolf voor.  Deze bewoont  vooral de Arctische wateren voor de kust van Groenland en Spitsbergen, zelfs voor de Noorse kust wordt hij zelden aangetroffen.

Grootte: Exemplaren met een gewicht tot vijf kilogram komen vaak voor. Volwassen exemplaren wegen tot vijftien kilogram, in enkele gevallen tot wel twintig kilogram. Het huidige Noorse record is 17,6 kilo, in mei 2000 gevestigd bij Saltstraumen nabij Bodø. Het wereldrecord zeewolf is gevangen voor de kust van Massachusetts en woog zelfs 23,58 kilo.

Vismethoden: Zeewolven worden bijna uitsluitend gevangen met natuurlijk aas. Vaak slaagt ook het vissen met pilkers, echter alleen als de haken vooraf zijn gegarneerd met stukjes vis, mosselvlees of garnalen.

Aas: Visrestjes, mossel, garnalen, inktvis.

De beste vistijd: April tot juni.

Paaitijd: Oktober tot januari.