Wijting

Foto: Matthias Wendt / www.media-army.de
Foto: Matthias Wendt / www.media-army.de

Latijnse naam: Melangius melangius
In het Noors: Hvitting

Leefgebied: Wijting komt langs de hele Noorse kust voor, maar ze vermijden gebieden dicht onder de kust en zijn daardoor voorbehouden aan boot- en kottervissers. De vissen leven in grote scholen die zowel op half water alsook in de directe omgeving van de bodem leven. Soms tref je wijting in ondiep water aan op dieptes tot 10 of 20 meter, meestal zijn ze liever in dieper water variërend 30 tot 100 meter diep.

Grootte: Wijting blijft klein, zelfs meer dan 40 centimeter lange exemplaren zijn relatief zeldzaam. De maximale lengte is ongeveer 70 centimeter, het maximale gewicht is ongeveer drie kilogram. Precies dit formaat heeft ook de Noorse record-wijting uit 1997, namelijk 70 centimeter lang met een gewicht van 3,11 kilogram.

Vismethoden: Wijting komen meestal mee als bijvangst bij het lichte pilkeren en het vissen met klein natuurlijk aas, net als haring en makreel. Een selectieve visserij is alleen mogelijk wanneer je een grote school vissen hebt gevonden.

Aas: Kleine wijting lust graag klein aas en kan daarom meestal worden gevangen met haring- of makreelpaternosters. Op kleine stukjes vis, wormen, garnalen en mosselvlees bijten de vissen ook erg goed. Grotere wijting pakt af en toe bijvangers (kunstaas en twisters) of zelfs pilkers.

Beste vistijd: Late zomer en de herfst.

Paaitijd: Afhankelijk van de temperatuur van het water tussen januari en juni.