Tarbot

In het Latijns: Psetta maxima
In het Noors: Piggvar

Komen voor: Tarbot is populair voor vissers en als eetvis, hun verspreiding is hoofdzakelijk beperkt tot het zuiden en zuidwesten van Noorwegen. Net als de heilbot is de tarbot niet alleen te vinden in de buurt van de bodem maar ook in open water, vooral wanneer hij aast op kleine vissen als zandspiering, sprot en kleine haring. Over het algemeen is hij een plaats trouwe vis die graag op het zandige of steenachtige grond leeft op dieptes tussen 10 en 50 meter. Typische tarbot gebieden vindt je in de buurt van riffen, steenbanken en dalen, dat wil zeggen daar waar de grond rijk aan structuur is. Het risico voor verwarring met andere platvissen is er bijna niet, omdat tarbot eenvoudig is te onderscheiden van andere platvissen door hun bijna ronde vorm en grote mond.

Grootte: De meest voorkomende exemplaren zijn 30 tot 50 cm lang. Tarbot kan nog veel groter worden, beroepsvissers hebben ze al gevangen van 20 kilo. Het Noorse visrecord ligt bij 13,2 kilo en bestaat sinds 1978.

Vismethoden: Met natuurlijk lokaas, spinvissen of licht pilken. Bij het vissen op tarbot moet men altijd rekening houden dat de vissen niet alleen op de bodem maar ook een paar meter daarboven jagen. Als actieve jagers reageren ze zeer goed op bewegend aas.

Aas: Tarbot eet bijna uitsluitend kleine vissen, zelden krabben en garnalen. Dode paling en kleine vis stukjes worden daarom beschouwd als top aas, ook kan men af en toe vissen met kleine pilken of slanke kunsstofvis die tot succes kan leiden. Bij het vissen met wormen kan men weliswaar schol, schar en bot vangen maar nooit een tarbot.

Beste visperiode: mei, september en oktober

Paai periode: juni tot augustus