Schol, Schar, Bot

Foto: Matthias Wendt / www.media-army.de
Foto: Matthias Wendt / www.media-army.de

In het Latijns: Pleuronectes platessa, Platichtys flesus, Limanda limanda
In het Noors: Rødspette, Sandflyndre, Skrubbe

Algemeen: De platvissoorten schol, schar en bot worden door de leek vaak met de benaming  “schol” of “bot” samengevat of met elkaar verwisseld.

Als u een of meer van deze soorten in de hand houdt, kunt u het onderscheid  vrij eenvoudig zien. Wanneer u met uw vingers over de bovenkant van schol strijkt, dan voelt dat zacht aan. Kenmerkend zijn ook de oranje-rode stippen. Schar daarentegen is vrij licht en gelijkmatig gekleurd. Strijkt men met de vingers van de staart naar de kop dan voelt dat ruw aan. Een ander kenmerk is ook over de borstvin gebogen zijlijn.
Bot voelt zich bij het strijken in beide richtingen ruw aan.. Dat onderscheidt zich duidelijk van de schol waarmee het soms rode vlekken gemeenschappelijk heeft, ook al zijn deze niet zo talrijk en schitteren deze minder.

Komen voor: Hoewel alle drie de soorten in de Noorse kustwateren zijn te vinden, ontmoet je ze zelden naast elkaar in hetzelfde gebied. Maar toch hebben ze iets gemeen: het zijn alle drie grondvissen met een voorliefde voor fijne zand-en grindige grond. En ze zijn gezellig, wat betekent dat op goede platvis spots meestal meerdere vissen gevangen zullen worden.

Schollen houden van diep, sterk stromend en erg zout water. Meestal zijn ze te vinden in dieptes variërend van 20 tot 50 meter, zelfs zelden ondieper. Brakwater gebieden worden door deze vissen gemeden. Zoals de meeste platvissoorten heeft de schol de voorkeur voor een bodem van zand of grind. Scharren houden ook liever van zanderige bodems, maar worden soms ook wel gevonden in veel ondieper water.

Bot komt vooral voor in de buurt van de kust, vaak worden ze gevonden in de nabijheid van een riviermonding, soms komen ze ook in zoet water omhoog. In de zee hebben zij de voorkeur ondiepe gebieden voor een maximale diepte van 25 meter met een zanderige of modderige bodem.

Vismethoden: Alle drie de soorten worden vaak gevangen bij het vissen op licht natuuraas met grondmontage. Vooral schol en bot laten zich ook heel goed vangen bij het actief vissen met botlepels of finesse rigs. (dropshot, Carolina- of Texas rig).

De vangst van schar en bot kan ook goed slagen voor de kust, schol wordt vanwege hun voorkeur voor dieper water bijna uitsluitend bij het bootvissen gevangen.

Aas: Platvis houden van Watt- en zagerwormen. Omdat dit lokaas in Noorwegen slecht te verkrijgen is, wordt er hoofdzakelijk stukjes haring, makreel of koolvis gebruikt. Heel pakkend zijn, de  in de Noorse supermarkten, beschikbare garnalen (Reker), die je echter voordat je ze aanhaakt ze uit de schelp moet halen.
Het is ook interessant om te vissen met kunstmatige wormen (zoals Berkley Gulp van) die actief moet worden gevangen, zodat ze “platten”.wakker houden.

Beste visperiode: mei tot oktober

Paaitijd: januari tot april