Polak

Foto: Waldemar Krause / www.media-army.de
Foto: Waldemar Krause / www.media-army.de

In het Latijns: Pollachius pollachius
In het Noors: Lyr

Komen voor: Pollakken komen vooral voor in het Zuiden, Westen  en Midden van Noorwegen. In het Noorden van het land zijn ze uiterst zeldzaam. Kleinere exemplaren tot ongeveer 3 kilo vindt men vaak dicht bij oevers. Daar azen en jagenze in zeewier, tussen rotsen, riffen en vaak ook in open water. Grotere Pollakken zijn meestal gewoon verder daarbuiten en in dieptes van 100 meter, vooral op plateaus, kliffen, steile hellingen en wrakken. Toch worden Pollakken zelden ver van de kust gevangen want het zijn kustvissen en bovendien plaats getrouw.

Grootte: De Pollakken aan de Noorse kust en in de fjorden zijn gemiddeld 50 tot 60 cm. lang en 2 tot 3 kilo zwaar. Verder daarbuiten in diepere wateren zijn meestal grotere exemplaren, die in sommige gevallen 1,20 meter lang en 12 kilo zwaar kunnen worden. De Noorse record-pollak, gevangen in 2001 in de Oslofjord, woog  zelfs 12,8 kg, bij een lengte van 95 cm..

Vismethoden: Wie in Noorwegen geen boot ter beschikking heeft of op winddagen noodgedwongen vanuit de oever moet vissen loopt een grote kans een pollak te vangen. Dit is echter alles anders dan een noodoplossing want Pollakken zijn sterke vechters die in het bijzonder aan het lichte- tot middelzware spinapparaten bittere drills met  snelle ontsnappingen kunnen leveren..

Bij spinvissen vanaf de boot, wordt aanbevolen om het aas ook eens dicht – of zeer dicht – aan de kust te presenteren, omdat de vis vaak precies bij steile oevers verblijft. Vist men verder buiten de riffen, wrakken of onderzeese bergen, dan kan naast het spinvissen met kunstaas of blinker ook het pilken een succesvolle methode zijn. Weinig toegepast echter zeker succesvol is ook het vissen met natuurlijk aas en paternosters.

Aas: Of het nu gaat om vissen met kunstmatige of natuurlijke aas, pollakken willen graag levend aas. Of een aas in het water er levendig uitziet ligt in de macht van de visser. Als bijzonder vangrijk hebben rubber vissen zich bewezen, op de voet gevolgd door twisters en blinkern. Wie het met pilkern proberen wil moet zo licht mogelijke levendige modellen gebruiken.  Felle aaskleuren kan men beter niet gebruiken want Pollakken reageren het best op natuurlijke kleuren.

Trefwoord “natuurlijk” Pollakken laten zich ook met natuurlijk aas vangen. Het meest geschikt zijn de wormen, dode paling en visresten. Ook deze lokazen moeten er altijd levendig uitzien anders zullen ze door de Pollakken worden afgewezen.

Ook een mogelijkheid: vissen met veer-paternosters, zoals ze ook worden gebruikt voor makreel vissen. Op dit lokaas komen meestal alleen kleine Pollakken af.

Best vistijd: het hele jaar door, met een focus in de maanden juni tot september.

Paaitijd: afhankelijk van de watertemperatuur tussen maart tot juni.