Kabeljauw

Foto: Matthias Wendt / www.media-army.de
Foto: Matthias Wendt / www.media-army.de

Latijnse naam: Gadus morhua
In het Noors: Torsk, Skrei

Leefgebied: Kabeljauw komt praktisch overal in de buurt van de Noorse kust voor, inclusief de fjorden. Wat de gemiddelde grootte en de bestandsdichtheid van de vissen betreft, is er een duidelijk noord-zuid onderscheid. In het noorden van het land wordt hoofdzakelijk de zogenaamde Skrei gevangen, een kabeljauwsoort, welke groter is dan de, in de kustomgeving voorkomende, soortgenoten.

De kabeljauw trekt elk jaar laat in de winter naar de kust van Noorwegen om te paaien, onder andere in het zeegebied rondom de Lofoten, waar hij massaal gevangen en tot stokvis verwerkt wordt.

Andere kabeljauwstammen houden zich het hele jaar door direct voor de kust op, in de fjorden komen bovendien nog stationaire stammen voor.

Kabeljauw houdt zich bij voorkeur in waterdieptes tot 100 meter op en dan veelal nabij de bodem. Vaak trekken de vissen echter ook in het open water, vooral wanneer ze scholen prooivis aan het volgen zijn.

Grootte: De gemiddelde grootte van een kabeljauw ligt tussen 50 en 70 centimeter, wat overeenkomt met een gewicht van circa 1,5 tot 5 kilogram. In Midden- en Noord-Noorwegen komen exemplaren van meer dan een meter lang en 10 tot 15 kilogram zwaar vaak voor, in de Barentszzee (Noord-Noorwegen) zijn nog grotere exemplaren mogelijk.

De maximale grootte van kabeljauw wordt met circa 1,80 meter lengte en een gewicht van 50 kilogram omschreven. Echter werden vissen van deze grootte tot nu toe alleen door beroepsvissers gevangen. Het actuele Noorse visrecord, gerealiseerd in april 2010, ligt toch nog bij 39 kilogram.

Vismethoden: Kabeljauwen gelden niet bij voorbaat als moeilijk te vangen vissen en laten zich met allerlei methoden vangen. Het meest bekend is zeker het pilkeren vanaf een boot of kotter. Hierbij wordt ofwel ‘puur’ met de pilker gevist of de pilker wordt met een of meerdere soorten aas gecombineerd. Steeds populairder wordt de laatste tijd ook het vissen met shads alsook het slepen met pluggen. Deze methoden zijn echter vooral voor het vissen in relatief ondiepe wateren tot maximaal 30 meter diep geschikt. Is de kabeljauw in zeer ondiep water (tot vijf meter) te vinden, dan kan zelfs vissen met zinkende jerkbaits tot succes leiden. Het kabeljauwvissen met natuurlijk aas functioneert natuurlijk ook, het wordt echter in Noorwegen zelden toegepast.

Bij het kunstaasvissen vanaf de kust kun je succesvol vissen met lepels, shads en kleine pilkers.

Aas: Pilkers, ander kunstaas zoals twisters, gummimakks, plastic octopussen, shads, pluggen, blinker, jerkbaits. Natuurlijk aas: dode aasvissen, zeepieren en garnalen.

Beste visperiode: Het hele jaar door in het noorden, midden en zuiden van Noorwegen. In het westen van Noorwegen van maart tot mei.

Paaitijd: Januari tot april.