Heek

Latijnse naam: Merluccius merluccius
In het Noors: Lysing

Leefgebied: De zilvergrijze heek wordt weliswaar langs de gehele Noorse kust door zeevissers gevangen, het grootste deel van de vangsten vindt echter per toeval plaats. De meest betrouwbare en meest voor de hand liggende kenmerk is de zwart gekleurde binnenkant van zijn bek. Overdag is de heek meestal dicht bij de bodem in waterdieptes van 100 meter te vinden, vooral in de zomer en herfst aanmerkelijk ondieper. ’s Nachts trekken de vissen graag naar de bovenste waterlagen om op haring, sprot en makreel te jagen.

Grootte: De in Noorwegen gevangen heek weegt gemiddeld twee tot drie kilogram, met een lengte van ongeveer 60 tot 79 centimeter. Het maximale gewicht is ongeveer 20 kilogram. Het Noorse record van de heek staat momenteel op 11,8 kilogram en werd in mei 2006 gevestigd in de Fuglsetfjord (nabij de Sognefjord) door een Duitse sportvisser.

Vismethoden: Meestal als incidentele vangsten bij het pilkeren of het vissen met natuurlijk aas. In gebieden met voldoende vis is ook een gericht vissen mogelijk. Daarbij moet het aas niet alleen direct op de bodem, maar ook een paar meter daarboven aangeboden worden.

Aas: Pilkers, ander kunstaas, natuurlijk aas (dode aasvissen, grotere stukken vis).

De beste vistijd: Nazomer en de herfst.

Paaitijd: De lente tot de vroege zomer.