Haring

Foto: Matthias Wendt / www.media-army.de
Foto: Matthias Wendt / www.media-army.de

In het Latijns: Clupea harengus
In het Noors: Sild

Komen voor: Er komen meerdere regionale soorten van de Atlantische haring voor, de in Noorwegen voorkomende soort wordt meestal „Noorweegse haring“ genoemd. Haringen horen tot de zwerm vrijwatervissen en kun je in alle waterlagen aantreffen. Overdag houden de vissen zich meestal in diepere wateren op en gaan zoeken, pas als het donker begint te worden, pas de hogere waterlagen op. Dat heeft op de eerste plaats met de verticale verplaatsing van het plankton te maken dat het hoofdvoedsel van de haring is.

De haring speelt aan de hele Noorse kust een belangrijke rol, niet alleen als consumptievis maar ook als voervis. Vooral in het voorjaar, wanneer zeer grote haringzwermen voor het paaien naar de kust gaan en in de fjorden trekken, zijn ze het hoofdvoedsel van talrijke vis-, walvis-, robben- en vogelsoorten. Zeevissers moeten echter ook in de zomer en de herfst continue uitzien (bijvoorbeeld met een Echelot) naar haringzwermen.

Grootte: In de Noorse kustwateren en fjorden krioelen haringen in allerlei groottes. Door vissers worden hoofdzakelijk exemplaren van midden grootte gevangen. Deze zijn ongeveer 20 tot 25 cm. groot, de maximale grootte is ongeveer 40 cm. Het officiële Noorweegse haringrecord woog 0,72 kg.

Vismethoden: Paternoster hengelen met speciaal haringvoorvak. Deze wordt na het uitwerpen of neerlaten met korte rukken of korte afzinkpauzes weer binnengehaald. Op deze manier vist men zo lang de verschillende waterdieptes af tot men de vissen gevonden heeft. Aansluitend moet men proberen geconcentreerd in de zo gevonden waterdiepte te vissen. Wie vanuit de boot vist en daarbij een Echolot tot zijn beschikking heeft, kan de haringzwermen aanmerkelijk sneller en effectiever vinden. De vraag is dan alleen of zich bij de aangegeven viszwermen ook daadwerkelijk om haringen van vangbare grootte gaat.

Aas: Haring worden door visser bijna uitsluitend met de zogenaamde Paternoster gevangen. Deze zijn meestal 70 tot 120 cm lang, die met drie tot zes korte zijarmen en goudhaken voorzien zijn. Meestal zijn de haken aanvullend voorzien van rode of fluorescerende parels alsook glitterfolie. Als verzwaring dient een vlak, meestal rood-wit gelakt stukje lood (haringlood) dat aan het onderste eind bevestigd wordt.

Beste vistijd: Voorjaar, gedeeltelijk ook in de herfst.

Paaitijd: Voorjaar, gedeeltelijk ook in de herfst.