Zalm

Foto: Yngve Ask / www.visitnorway.com
Foto: Yngve Ask / www.visitnorway.com

In het Latijn: Salmo salar
In het Noors: Laks

Komen voor: De zalm, in het bijzonder de Atlantische zalm, komt in veel Noorse wateren voor. Net als de zeeforel gaat ook de zalm alleen naar de rivieren om vaak meerdere keren in zijn leven te paaien. De rest van de tijd brengen de vissen in de zee door waar ze het grootste deel van hun tijd bezig zijn met het eten  van voedsel.

Wanneer de vissen omhoog gaan naar hun eigen water om te paaien, is enerzijds van de leeftijd en het geslacht afhankelijk en anderzijds van het water en de waterstanden.

Bijzonder positief hebben zich de voorraden in vele rivieren in zuid en west Noorwegen ontwikkeld, waar je tot 20 jaar geleden nog niet kon denken aan het vangen van zalm. Reden voor de lage visvoorraad was tot dan toe de zuurgraad van vele rivieren, waarop in de late jaren 1980 werd gereageerd met kalk en bezettingsmaatregelen. Tegenwoordig gaan elk jaar, weer duizenden zalmen uit de zee naar de rivieren als Mandalselva, Otra of Numedalslågen.

Ook veel kleinere rivieren hebben een aantal uitstekende zalmvissen te bieden, waarbij het aantal van jaar tot jaar erg verschillend is.

Bekende en deels legendarisch zijn zeker ook de grote zalm rivieren in Midden- en Noord- Noorwegen:. Enkele zijn: Gaula, Orkla, Tana, Namsen komen de vele kleinere rivieren.

Steeds weer wordt in Noorwegen ook zalm gevangen in zout water – maar meestal niet gericht, maar meer als incidentele vangsten bij het zeevissen.

Grootte: De grootte van de Noorse zalm varieert aanzienlijk van water tot water. De meeste door vissers  gevangen vis wegen tussen de twee en vijf kilo, wat overeenkomt met een lengte van ongeveer 55 tot 75 cm. Met name in grote rivieren worden echter ook veel grotere exemplaren  gevangen. Ook daar komt vis van meer dan tien kilo, weliswaar niet elke dag voor, maar is wel heel goed mogelijk. Grote gewichten van meer dan 15 of zelfs 20 kg worden elk jaar in Noorwegen gevangen. Het Noorse record ligt zelfs op het legendarische gewicht van 32,5 kilo.

Aas: Als je bedenkt dat zalm tijdens paaimigratie vrijwel niet in staat is om meer te eten, is het toch verbazingwekkend dat ze daar gevangen worden. Dit laatste is daarom hoofdzakelijk het geval, omdat de vis meestal uit zuivere agressie in het aas van de vissers bijten.

het vliegvissen zijn het vooral de felgekleurde patronen die de vis verleiden om toe te bijten. Hetzelfde geldt voor spinners, die de interesse van de zalm, trekt maar ook hun vorm en de loopeigenschappen. Spinners, Blinkers, Devons en Wobblers is het meest gebruikte Spinnaas.

Iets anders is het geval bij twee anderen, in Noorwegen zeer populair zalmaas: wormen en garnalen. Ook deze lokazen worden door de zalm in de rivier genomen – en blijkbaar speelt hierbij agressiviteit in tegenstelling tot de eetlust van de vis slechts een ondergeschikte rol.

Beste vistijd: juni tot augustus.

Paaitijd: oktober tot januari