Snoekbaars

Foto: Matthias Wendt / www.media-army.de
Foto: Matthias Wendt / www.media-army.de

Latijnse naam: Stizostedion lucioperca
In het Noors: Gjørs

Leefgebied: De snoekbaars speelt slechts in enkele Noorse wateren een rol, maar waar hij voorkomt kan de vissoort meestal gericht en met succes worden bevist.

De beste wateren bevinden zich in het zuiden en het oosten, aan de grens met Zweden. In de meeste van deze wateren werd snoekbaars uitgezet of het bestand aangevuld. Natuurlijke bestanden komen onder andere voor in de lager gelegen Glomma, Isesjø en Vansjø in de regio Østfold.

Grootte: Meestal 40 tot 50 cm lang, in zeldzame gevallen tot één meter. Het huidige Noorse record snoekbaars werd in 2011 gevangen in Akersvannet, zuidwestelijk gelegen van Oslo, en woog 11,5 kilogram.

Vismethoden: Het kunstaasvissen en het verticaalvissen zijn waarschijnlijk de meest beoefende methoden voor het vangen van snoekbaars, op de voet gevolgd door het vissen met een getakelde dode aasvis (bijvoorbeeld Drachkovitch). Succes heb je echter ook bij de bodemvisserij met dode aasvissen en bij het slepend vissen. Een paar Noorse deskundigen vissen zelfs met de vliegenhengel op snoekbaars.

Aas: Bij het kunstaasvissen worden vooral shads toegepast voor het gewenste succes, met metalen kunstaas zoals spinners en lepels wordt aanzienlijk minder gevangen. Roven de vissen in ondiep water dan kan het vissen met ondiep lopende pluggen kansrijk zijn. Diep lopende modellen zijn vooral geschikt bij het slepend vissen. Populair is ook het vissen met dode aasvissen aan een takel, evenals het vissen met dode aasvissen of stukjes vis op de bodem. Mogelijk, maar relatief weinig beoefend, is ook het bevissen van snoekbaars met wormen op de bodem.