Marenen

Foto: Matthias Wendt / www.media-army.de
Foto: Matthias Wendt / www.media-army.de

In het Latijns: Coregonus lavaretus
In het Noors: Sik

Komen voor: De Noorse marenen zijn beperkt met hun soortgenoten in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland te vergelijken. Een verschil is dat de “Noorse” niet alleen in meren voorkomen, maar zeer vaak in rivieren – en er ook zijn gevangen. Zelfs wat het voedsel betreft, zijn ze veel minder kieskeurig. De beste wateren voor het vissen op deze vissen zijn in Oost- en Zuid- en Centraal Noorwegen, maar ook in Noord-Noorwegen (bijvoorbeeld in de regio Troms).

Grootte: De gemiddelde grootte van de soorten die in Noorwegen voorkomen liggen tussen de 30 en 50 cm. Grote exemplaren zijn tot ongeveer 70 cm lang. Het Noorse record staat momenteel op 4,15 kilo.

Vismethoden: De meeste bekende is het vissen met de Paternoster. Een boot is hiervoor natuurlijk een voordeel, maar echter niet altijd nodig.  Als de vissen in de buurt van de kust zijn kan ook vissen met hegene naar succes leiden. Vliegvissen met nimfen kan in de rivieren bijzonder goede resultaten geven, grotere exemplaren zijn soms ook bij het Spinvissen en met natuur-aas gevangen

Aas: Noorse Marenen laten zich met allerlei aas verleiden. Vooral in meren worden Nymph-paternosters (Hegene) of individuele Nimfen aanbevolen. Deze werken goed in rivieren. Soms kunnen zelfs zeer kleine spinners (Spinners, Blinker) tot succes leiden, maar dat zijn eerder uitzonderingen. Beter werken daarentegen natuuraas, zoals kleine wormen, maden of worm stukken.

Beste vistijd:  juni tot september

Paaitijd: oktober tot december