Kwabaal

Latijnse naam: Lota lota
In het Noors: Lake

Leefgebied: De kwabaal wordt gevonden in de Noorse meren en rivieren, maar er wordt relatief weinig op gevist, waarschijnlijk omdat deze vis als consumptievis in Noorwegen niet erg populair is.

Grootte: De gemiddelde grootte van de in Noorwegen gevangen kwabaal is ongeveer 50 tot 60 cm, dit kan  als relatief groot beschouwd worden. De grootste kwabalen worden bij het ijsvissen gevangen op de grote Noorse meren, zoals Mjøsa. Het officiële Noorse kwabaal record van 7 kg werd vastgelegd in 1976, bij het ijsvissen op de Kvesjøen in Noord-Trønelag.

Vismethoden: Een veel voorkomende methode voor het vissen in Noorwegen is het ijsvissen op de meren met kleine pilkers. Hierbij worden naast forellen, ook beekridder, snoek, baars en kwabaal gevangen, voornamelijk na zonsondergang. Op dat moment is de visserij op de rivieren het meest succesvol.

Aas: Bij het vissen vanaf de oever komen voornamelijk wormen en wormbundels, visafval en dood aas in aanmerking. Bij het ijsvissen, vooral in diep water, kunnen ook bepaalde typen kunstaas tot succes leiden  en vooral grote exemplaren tot aanbijten verleiden.

Beste vistijd: Vooral tijdens het invallen van de duisternis, in rivieren van november tot februari en in meren ook in maart/april.

Paaitijd: November tot maart.