Pilken

Het vissen met Pilken heeft in Noorwegen een lange traditie. Vooral in de fjorden, waar de net-visserij vanwege de grote diepte en de rotsachtige bodem vrijwel onmogelijk is, werd deze methode al voor honderden jaren geleden gebruikt door de Noorse vissers. Het Pilken was en is een van de meest succesvolle vangmethoden, die je helpt bij het vangen van vrijwel alle grote zoutwatervissen.

Het enige verschil met vroeger: Terwijl voor het Pilken uitsluitend handlijnen werden gebruikt, worden tegenwoordig voornamelijk hengels en molens gebruikt.

In principe geldt: wie met Pilker vissen wilt, heeft een boot nodig. Deze lokazen worden namelijk hoofdzakelijk in dieper water en in de buurt van de bodem aangeboden. Hoewel het in principe wel mogelijk is om vanaf de oever met pilkers te vissen, bestaat wel het risico dat deze blijven hangen of breken. En dit moet men, omdat pilker relatief duur zijn, proberen te voorkomen. Het mooie aan het vissen met pilker is dat het snel en gemakkelijk te leren is, speciale vaardigheden zijn niet vereist. Je hoeft niet eens te weten hoe je een hengel uitwerpt.

Wat zijn pilkers?

Foto: Matthias Wendt / www.media-army.de
Foto: Matthias Wendt / www.media-army.de

Pilkers zijn nagemaakte nepvissen gemaakt van lood of andere metalen die hongerige roofvissen een  prooivis aanbieden. De gelijkenis met een echte vis is slechts gedeeltelijk aanwezig. De vissen die op deze lokazen reageren, maakt dat niet veel uit. Niettemin, vang je in Noorwegen, met de bijzonder zilver- en kopergekleurde modellen het meest.

Felle kleuren zoals roze of geel moeten worden vermeden, beter zijn onopvallende kleuren zoals blauw en groen.

Foto: Matthias Wendt / www.media-army.de
Foto: Matthias Wendt / www.media-army.de

De vorm van pilken variëren sterk. Zo zijn er bijvoorbeeld brede en platte die daardoor relatief langzaam zinken en daarbij in het water draaien of “fladderen”. Slanke, langwerpige modellen zinken daarentegen vrij snel, maar bewegen veel langzamer. Een relatief nieuw type aas, die in principe ook tot de pilken behoort, is de zogenaamde “Speed Jig” (foto rechts). In tegenstelling tot normale pilken wordt met dit slanke en snel zinkende aas niet alleen nabij de bodem gevist, maar zeer snel na het zinken vaak met abrupte stops weer ingehaald. Omdat met pilken hoofdzakelijk dicht bij de grond gevist wordt, moeten ze uiteraard voldoende zwaar zijn om überhaupt tot de grond te komen  en op weg daarheen niet door de stroming af te drijven. Bij het zeevissen in Noorwegen komen meestal pilken in aanmerking die tussen de 100 en 500 gram zwaar zijn. Welk pilker gewicht je kiest hangt vooral af van de waterdiepte waar je vist. Een belangrijke rol speelt ook de stroming en de drift snelheid van de boot of trawler. Als uitgangspunt geldt altijd zo licht mogelijk, en zo zwaar als nodig is. Het heeft bijvoorbeeld weinig zin met een pilker van 500 gram in 20 meter diep water te vissen, daarvoor zijn modellen van  100 tot 150 gram meestal beter geschikt.

Als grove vuistregel voor pilkergewicht geldt:

Waterdiepte tot 20 meter = 100 tot 150 gram
Waterdiepte tot 50 meter 150 tot 300 gram
Water diepte tot 100 meter 300 tot 500 gram. In sterke stroming of winddrift kunnen soms ook aanzienlijk zwaardere pilker nodig zijn.

Bijvangers ja of nee?

Foto: Matthias Wendt / www.media-army.de
Foto: Matthias Wendt / www.media-army.de

Bij het pilken in Noorwegen worden vaak bijvangers gebruikt. Dit, vaak uit kunststof gemaakt lokaas, wordt boven de pilker gemonteerd en verhoogt de vangkans aanzienlijk. De meest populaire en meest “pakkende” zijn zeer zeker de zogenaamde “kunststof-Makk’s”. Dit zijn enkele gebogen haken met gemonteerde rubberen slangetjes. Het klinkt behoorlijk spectaculair en is uiterst effectief. Zelfs Twister, grote streamers en andere accessoires kan de vangkans verhogen. Echter moet men nooit meer dan drie bijvangers boven de pilker monteren.

Hoe te pilken

Zoals reeds vermeldt, is voor het vissen met pilkers een boot nodig.
Het meest succesvol met deze methode bent u op typische standplaatsen van nabij de bodem levende roofvissen. Dat kunnen bijvoorbeeld onderwater bergen, plateaus en andere uitstulpen op de grond zijn. Ook uitgeslepen groeven en randen zijn vaak productiever visplaatsen. Een Echolot is bij de zoektocht naar dergelijke plaatsen en structuren zeer behulpzaam.
Als je eenmaal een dergelijke plaats gevonden hebt, wordt de pilker gewoon links van de bootwand in het water gelaten. Zodra het aas de bodem bereikt heeft, haalt u een tot twee meter lijn naar binnen, en sluit het rollerframe of vrijloop en begint, het aas met behulp van de staart op de grond te laten “stuiteren” Tussendoor moet u altijd weer controleren of de pilk nog steeds dicht bij de grond zit of eventueel wat snoer vrijgegeven moet worden.

Het is belangrijk dat het aas voortdurend in beweging is, want anders bijten de vissen niet. De beten komen meestal bij het zinken van de Pilkers – en soms zelfs bij het binnenhalen naar het water oppervlak. Als je op de Echolot in het midden van het water een school vissen ziet, moet u de pilker niet op de bodem maar direkt onder of boven de school vissen laten zien. Vaak houden zich in de buurt van scholen vis (in Noorwegen meestal haring, sprot en kleine koolvis) namelijk ook grote kabeljauw, koolvis of heilbot op.

Target vissen bij het pilken

Foto: Matthias Wendt / www.media-army.de
Foto: Matthias Wendt / www.media-army.de

In Noorwegen, begin je vooral met pilken op kabeljauw, koolvis en schelvis. Als de haak van Pilkers ook nog eens met visstukjes wordt aangeboden dan kan ook de vangst van leng en Lumbs lukken.

Iets zeldzamer, maar wel mogelijk zijn heilbot, grote wijting, tarbot, schol, heek, zeeduivel en pollack.